fbpx

In christelijke gemeente of organisatie mag nooit angstcultuur heersen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email

Goede journalistiek functioneert als een waakhond. Vooral in de politieke arena wordt dat zichtbaar. Journalisten hebben daar de taak om kritische vragen te stellen aan ministers en Kamerleden. Controleren van de macht, heet dat. Ook op andere terreinen kan een journalist deze functie hebben. Als hij bijvoorbeeld onderzoekt hoe het er bestuurlijk aan toegaat in kerken of christelijke organisaties. Niet omdat het zo uitdagend is eventuele misstanden aan de kaak te stellen. Maar met het doel dat deze niet kunnen blijven bestaan als ze eenmaal in de openbaarheid zijn gebracht.

De afgelopen dagen is in het Reformatorisch Dagblad veel geschreven over Evangeliegemeente De Deur. Het beeld kan ontstaan dat het RD met een zeker gemak schrijft over gemeenten en groepen die niet tot de kern van zijn lezerskring behoren.

Maar wie dat denkt, heeft de intentie van de redactie niet goed begrepen. Dit nog afgezien van het feit dat ook netelige kwesties binnen de gereformeerde gezindte regelmatig de kolommen van het RD halen. Maar wat beogen we nu met zo’n serie over een internationaal verband van pinkstergemeenten?

De artikelenreeks wil een spiegel zijn. Het is de bedoeling dat lezers daarin kijken en zich afvragen: welke parallellen zie ik bij mezelf, de gemeente waar ik meeleef of de organisatie waarvan ik deel uitmaak?

Is er dan voor de gereformeerde gezindte iets te leren van zaken die misgaan bij De Deur? Beslist. Als we het toespitsen op kerkelijke gemeenten, dan is de belangrijkste les dat er transparantie moet zijn. In een christelijke gemeente mag nooit een angstcultuur heersen waardoor kritische geluiden bij voorbaat verdacht en uiteindelijk verboden zijn. Het is in dat verband niet voor niets dat het bevestigingsformulier voor ambtsdragers stelt dat de regering van de kerk „niet bij één alleen of bij zeer weinigen” moet berusten. Als binnen een kerkenraad of bestuur geen ruimte is voor discussie en er onvoldoende toezicht is op elkaar, ontstaat zomaar een sfeer van geslotenheid. Manipulatie en machtsmisbruik liggen dan op de loer. Kritiek op personen wordt in zo’n context niet geduld en gezonde feedback verward met aantasting van gezag. Is er dan ook nog sprake van onderlinge afhankelijkheid –in het slechtste geval ook in financiële zin– dan ontstaat snel een cultuur waarin misstanden welig kunnen tieren.

Niet minder belangrijk is het dat een kerkverband de kerkelijke rechtsgang op orde heeft. Niet om elkaar op ongeestelijke wijze te bevechten, maar om een eerlijke beroepsgang voor alle gemeenteleden mogelijk te maken. Een gemeentelid met een klacht moet ervan op aan kunnen dat deze eerlijk en door onafhankelijke personen wordt beoordeeld.

In het pastoraat is het zaak dat een ambtsdrager zich bewust is van het effect van zijn gedrag en zich altijd hoedt voor de schijn van het kwaad. In dat verband: laat een ouderling die zonder medebroeder op bezoek gaat alert zijn.

Eerlijk in de spiegel kijken dus. Om open met elkaar te praten over zaken die mis dreigen te gaan. Biddend om het licht en de leiding van Gods Geest. In de wetenschap dat alleen in Zijn licht de werken van de duisternis niet de overhand krijgen.

De auteur is adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.

Dit artikel is gepubliceerd met toestemming van de auteur, lees het originele artikel hier.

Sign up to our newsletter

guam, sea, ocean

Victory Chapel in Guam

May 2002, by a former member When I first started attending services at Victory Chapel in Guam, it all seemed so friendly. After I had

Read More »